Tijdens de Unconference hebben een aantal mensen in 10 minuten iets gedeeld over waar zij verstand van hebben. Geertje van Rossum, van Gelukkig met je Werk, vertelde iets over verhalen. Hieronder deelt ze een verhaal met ons.

 

Altijd iedereen het naar zijn zin maken. Dat houd je niet vol.

Soms kan je niet voluit genieten, soms kan je er niet toe komen om werkgeluk te ervaren. Het kan zo maar zijn dat Geluk heel ver weg lijkt. Vaak is er dan een pijn, van binnen, iets dat niet verwerkt is. Het kan zo maar zijn dat een trauma, groot of klein, ervoor zorgt dat het ‘nare gevoel’ steeds getriggerd wordt. Eén van de methoden die ik dan gebruik is ‘een helend verhaal schrijven’.

In dat verhaal probeer ik het gevoel te beschrijven, zodat de klant die bij mij komt zich herkent, maar ook de erkenning krijgt. Ik hoop dan dat hij of zij zonder oordeel naar zichzelf kan kijken, zich geliefd voelt. En ook ontdekt hoe het anders kan, hoe hij of zij anders naar zichzelf kan kijken.

Dit verhaal heb ik geschreven voor een man, die het iedereen naar zijn zin probeerde te maken, steeds weer. Hijzelf was eigenlijk niet in beeld. De ander was belangrijker. Werkgeluk was niet aan de orde. Alle aandacht ging naar collega’s, leidinggevenden, klanten. Ik hou van mensen, en ik hoop dat mijn klanten ook van zichzelf gaan houden, zonder oordeel. Daarom schreef ik dit verhaal.

Scherven

Zeven jaar

Ik zit op een rots, vlak bij zee. In mijn rugzak zit behalve mijn flesje water, een notitieblok en mijn fijnste zwarte pen. Toen ik vanmorgen wakker werd was daar dat zware donkere gevoel. Ik wist waar dat vandaan kwam. Het is vandaag op de kop af dertig jaar geleden dat mijn moeder mij vertelde dat mijn vader weggegaan was en nooit meer terug zou komen. Hij had iemand anders gevonden die hij liever vond. Ik was een jongen van zeven. En ik was zo boos, zo vreselijk boos. Hoe kon die eikel iemand leuker vinden dan mijn moeder. ‘Nou, ik hoop maar dat je vader gelukkig met haar wordt,’ zei ze, maar ze meende er niets van. Dat zag ik en ik voelde het. Ze had ook nooit zo over mijn vader gepraat. Ze had nooit gezegd ‘je vader’, het was altijd ‘papa’. Ik wilde niets meer van hem weten. Dat was mijn beslissing. Onbewust, natuurlijk.

Verscheurd

Maar op een gegeven moment kwam er een bezoekregeling. Ik vond het toch wel weer heerlijk om bij mijn vader te zijn. Heerlijk en erg lastig. Mijn vader was zestig kilometer verderop gaan wonen. Als ik naar mijn vader ging, bracht mijn moeder me naar een carpoolplek, dat halverwege de thuizen van mijn vader en mijn moeder lag. Daar spraken ze dan af. En ik voel me nog gaan met mijn koffer en mijn konijn Seppe. Halverwege tussen twee auto’s staan…tussen twee ouders….verscheurd. Als ik het weekend naar mijn vader ging, dan liep ik naar de auto van mijn vader, dan koos ik voor hem, zo voelde dat. Als mijn moeder dan wegreed, liet ik haar in de steek. Als ik zondags weer teruggebracht werd door mijn vader naar diezelfde carpoolplek, dan liep ik naar de auto van mijn moeder en dan koos ik voor haar en liet ik mijn vader in de steek. De zondagavond en eigenlijk ook de maandag daarop voelde ik me verscheurd. Ik vond niets leuk, niets lekker en alles was stom. Ik heb mijn moeder een keer horen zeggen tegen mijn oma: ‘ik denk dat die weekenden bij zijn vader niet goed voor hem zijn. Hij is dan zo dwars. Ik heb drie dagen nodig om hem weer een beetje in het gareel te brengen. Hij wordt hier doodongelukkig van.’ Ik heb toen maanden m’n best gedaan om na het weekend bij mijn papa een lief jongetje te zijn.

Mijn schuld

Ik wilde mijn moeder het zo graag naar d’r zin maken en ik vertelde haar hoe vervelend het bij papa was. Dat hij nooit eens iets met mij deed, dat hij een hond had, waar ik bang voor was, dat het er stonk, en dat hij me wel eens sloeg, en dat zijn vriendin die hij later kreeg, een stom mens was. Aan mijn vader vertelde ik dat mijn moeder zo streng was, dat ik altijd vroeg naar bed moest, dat ze geen geld voor schoenen had, dat ik bij oma moest eten tussen de middag en dat ik dat helemaal niet fijn vond. Wat was ik mijn best aan het doen, en wat leverde dat veel narigheid op. Ze belden elkaar op en scholden elkaar uit. Ik was daar de schuld weer van. Ja, want als ze mij niet hadden gehad, waren die ruzies er niet geweest. Zo voelde dat voor mij.

Mijn buurvrouw

Ik zit op die rots, en ik ben aan het schrijven geraakt. Ik blik terug hoe lastig het was, en ik denk opeens aan de buurvrouw, die er altijd voor me was. Ze zei nooit iets lelijks over mijn vader, nooit iets naars over mijn moeder. Ze kocht smarties, omdat ik die zo lekker vond, marsepein, omdat ze dacht dat ik dat lekker zou vinden, ze bakte pannenkoeken. Zo nu en dan, wreef ze me over mijn rug. ‘Moeilijk allemaal hè,’ zei ze dan. Dat waren zulke heerlijke momenten.

Studeren

Ik groeide op, ging naar de middelbare school, ik ging daarna studeren. Het ene weekend ging ik naar mijn vader en het andere weekend naar mijn moeder. Het kwam steeds vaker voor dat ik op mijn studentenkamer bleef. Die twee huizen, dat wende gewoon niet. De ruzies tussen mijn ouders werden minder, maar de subtiel vervelende opmerkingen bleven. ‘Tja zo is je moeder nu eenmaal.’ Of: ‘ Ik ben ook niet voor niets van hem gescheiden.’ Ik heb een paar keer een vriendin gehad, maar dat werkte niet voor mij. Ik koos er maar voor alleen door het leven te gaan, in ieder geval zonder vriendin. Vrienden had ik wel. Dat was prettig.

Liefde

Toen kwam Marieke in mijn leven, een prachtige vrouw, met van die helder grijs blauwe ogen. Ze maakte iets open in mij. Ik leerde weer lachen en huilen en kijken en luisteren. Ik begon weer van alles te voelen en het was een verademing. Op een mooie morgen in juni, kwam Marieke naar mijn kamer. Ze had een cadeautje bij zich. Toen ze het me gaf, had ze tranen in haar ogen. Ze had het in goudfolie verpakt. Toen ik het uitpakte, had ik een bordje in mijn handen. Het was een gebroken bordje dat gelijmd was met goudlijm. En ook al was het zichtbaar stuk geweest, het zag eruit als een prachtig kunstwerk. ‘Dat heb ik voor jou gemaakt, Paul,’ zei ze en ze ging heel dicht bij me staan, ze keek me niet aan, toen ze verder ging. ‘Dit bordje was in scherven, was echt kapot, en nu is het heel en veel mooier dan het was, juist door die stukken. En zo is het ook bij jou. Mooie dromen van jou, als klein jongetje gingen in stukken, je voelde nogal eens dat je leven kapot was, en nu? Ik zie zo iets moois, Paul! Ik zie een man die heel goed naar de mensen om zich heen kan kijken, naar mij bijvoorbeeld, ik zie een man die zo goed kan zorgen, ik zie een man die zo goed relativeren kan.. Paul, jij bent door alles wat er gebeurd is, de mooie man geworden die je bent. Ik ben daar zo blij mee.’

Dankuwel.

Toen keek ze me aan, ze kuste me, en onze tranen vermengden zich. Dat was het moment dat ik blij kon zijn met m’n jeugd, dat was het moment dat ik anders terug kon kijken. Dat was het moment dat ik voor het eerst ‘dankuwel’ kon zeggen. Niet lang na deze dag heb ik Marieke ten huwelijk gevraagd. En ze zei nog ‘ja’ ook.  Nu zit ik op de rots, en al mijmerend verdwijnt weer dat donkere zware gevoel. Mijn blik gaat over het water. En ik zeg het zachtjes: ‘Dankuwel.’

 

Wil je een verhaal, speciaal voor jou geschreven? Neem contact op met Geertje via gelukkigmetjewerk.com

 

Fennande van der Meulen

Author Fennande van der Meulen

More posts by Fennande van der Meulen

Leave a Reply

* Checkbox GDPR is verplicht

*

Ik ga akkoord